Middelen van bestaan (Indonesië)

Middelen van bestaan

Indonesie bezit grote grondstoffenvoorraden: vooral aardolie en aardgas, maar ook bauxiet, tin, koper en nikkel. Alle olie- en gaswinning was lange tijd in handen van het staatsbedrijf Pertamina. Tot 2001 was dit een monopolist, maar nadien mogen ook ander partijen naar olie en gas zoeken. Tussen 1962 en 2008 was Indonesie lid van de OPEC. In mei 2008 verliet Indonesie deze organisatie van olie-exporteurs. De olieproductie was gepiekt in 1976 en begon serieus te dalen vanaf 1995. Door de sterke groei van de binnenlandse vraag naar olie en olieproducten is het land in 2005 een netto importeur van olie geworden. Indonesie is nu gebaat bij lage olieprijzen.
De export van grondstoffen maakte het land in het verleden afhankelijk van de industrielanden; eindproducten moesten voor veel geld worden geimporteerd. Na de oliecrisis veranderde dit. Begin jaren 90 bestond bijna de helft van de export uit industrieproducten; de textiel-, voedingsmiddelen, elektronica, meubel- en auto-industrie concentreren zich op Java.
Indonesie is echter nog steeds een agrarisch land. 45% van de bevolking verdient een inkomen in de landbouw. Circa 25% van de totale export bestaat uit agrarische producten (rubber, kopra, palmolie, thee, koffie, rijst, cacao, tabak, specerijen) en pitriet (rotan). Hout is inmiddels de op een na belangrijkste deviezenbron.